Afmelden
Weet u zeker dat u zich wilt afmelden voor dit evenement?
“Er wordt nog maar weinig geluisterd naar jongeren die goede ideeën hebben,” zegt Tibbe-Jan (14). Op 23 september was dat anders. Bij TOV Vlaardingen, waar scholen en technische bedrijven uit de regio samenwerken, gingen jongeren, de toekomstmakers, in gesprek met ondernemers, onderwijs, overheid en maatschappelijke organisaties: de stroomversnellers. De Kleine Ambassade en vereniging De Maatschappij brachten ze samen rond één vraag: wat kunnen lokale organisaties doen om de dromen van jongeren waar te maken?
Al ruim tien jaar praat De Kleine Ambassade via het platform I've Got the #Power met kinderen en jongeren over hun toekomst. Vijftien van hen staan nu met hun portret in het boekje Wat ga jij eraan doen? Onder hen de vijf jongeren die deze avond het woord voeren: Tibbe-Jan, Madelief (23), Amine (15), Signe (17) en Leonida (20).
De titel van het boekje is bewust gekozen. “Toen we al die dromen lazen, dachten we: wat nu?” vertelt directeur Erik Korenstra. “We vinden het heel belangrijk dat het niet alleen bij praten blijft, maar dat we ook in actie komen. En dat je straks hopelijk denkt: ik kan misschien ook wat vaker de ideeën van jongeren meenemen in mijn werk.”
Spoken word-artiest Rik Zutphen, alias De Droominee, zet aan het begin van de avond meteen de toon. “De toekomst heeft wat te vertellen, we hoeven alleen de stroom te versnellen.” De toekomst, zo dicht hij, is geen onbeschreven blad. Ze stroomt al in ieder jong hart.
Bij de eerste stelling, ‘Een stad die geen plek heeft voor jongeren, heeft geen toekomst’, gaan in de zaal meteen alle groene kaarten de lucht in.
Madelief weet waarom. “Soms heb je op school niet de aansluiting die je nodig hebt. Dan is het belangrijk om ergens een plek te hebben waar je jezelf kunt zijn.”
Hoe ziet de ideale buurt eruit? Tibbe-Jan hoeft er niet lang over na te denken: “Veel groen, niet te grote huizen, en mensen die je kunt vertrouwen. Dat iedereen elkaar helpt zonder er iets voor terug te verwachten.” Madelief vult aan: “Niet iedereen heeft vanuit een gezin dezelfde kansen gekregen. Dan is het fijn als je op elkaar kunt bouwen.” En is er nu genoeg plek voor jongeren in de wijk? “Nee, echt nog niet!”
Voor Madelief is wonen ook een persoonlijke zorg. Ze is net gaan samenwonen met haar vriend, die in een rolstoel zit. “Krijgen we later een huis dat bij ons past? En als we een kindje krijgen, kan hij het dan naar school brengen?”
Tibbe-Jan ziet kansen: “Er staat veel leeg, dat is zonde van de ruimte. Als je die ruimte gebruikt, komen er veel woningen bij.”
De zaal reageert meteen. Een aanwezige wil met corporaties praten over het vergunningsvrij splitsen van woningen en het ombouwen van kantoren. Madelief gooit er nog een idee in: een deelschuur. “Als we met z’n allen meer spullen gaan delen in plaats van bezitten, bespaart dat ruimte, het is goed voor de duurzaamheid en zo ontmoet je elkaar ook.”
‘Zonder jongeren aan tafel zijn oplossingen voor mentale gezondheid gedoemd te mislukken.’ Amine en Signe zijn het er volmondig mee eens. “Wij ervaren het en kunnen goed vertellen wat onze behoeftes zijn,” zegt Signe. “En nu sluit wat we krijgen daar niet bij aan.”
Wie hulp zoekt, loopt volgens Amine al snel vast. “Er is vaak wel een vertrouwenspersoon, maar die ken ik niet,” vertelt hij. “En je hebt vaak een handtekening van je ouders nodig. Dat houdt veel jongeren tegen.” Ook weten jongeren vaak niet waar ze terechtkunnen: “Veel organisaties willen helpen, maar het aanbod is nu best overweldigend. Dat zou ik wel duidelijker willen maken.”
Uit de zaal komt een voorbeeld dat navolging verdient: een school in Barendrecht werkt met een VIP-kaart voor een ontprikkelkamer, waar leerlingen zich even kunnen terugtrekken.
Kunnen jongeren elkaar ondersteunen, wil de gespreksleider weten. “Zeker, dat gebeurt al heel veel,” zegt Signe. “Jongeren kunnen elkaar een luisterend oor bieden.” Ze pleit voor meer plekken waar álle jongeren welkom zijn. “Jongeren worden vaak als overlastgevend gezien, júist omdat ze geen plek hebben.” Wat moet er morgen veranderen? “Dat jongeren zich geen last meer voelen, en dat volwassenen zich wat meer in ons inleven.
‘Jongeren weten beter dan volwassenen wat nodig is om hun wijk veilig te maken.’ Leonida heeft hier een duidelijke kijk op. “Jongeren weten heel goed waar het onveilig is en waar de drugsdealers zitten. Maar wat doen ambtenaren daarmee?” Ze denkt terug aan vroeger: “Als ik me onveilig voelde, wist ik waar ik kon aanbellen.” Een veilige wijk begint voor haar bij bewoners die hun cultuur met elkaar delen. “Samen dansen en eten.”
Ervaren jongeren en volwassenen veiligheid op een andere manier? “Misschien is een jongere op straat gewoon zichzelf en zie jij dat als overlast,” legt Madelief uit. “De een weet het niet beter dan de ander. We moeten het er samen over hebben.” Leonida vult aan: “Je moet jongeren niet zien als last, maar als de nieuwe generatie die het stokje van volwassenen overneemt.”
Madelief wil dat problemen bij de bron worden aangepakt. “Wat hebben mensen die ’s nachts op straat slapen nodig om daar niet meer te hoeven zijn? Daar moeten we het over hebben, in plaats van over wat je als vrouw moet doen als je je onveilig voelt.” Ze wordt geregeld aangesproken door mannen die in hun eentje op straat lopen. “Daar moet je dagelijks mee dealen, en dat is gewoon niet oké.”
Signe waarschuwt voor beeldvorming: “Als ik ’s avonds langs een groep jongens loop, denk ik ook even: oh jee. Maar dan word ik gewoon begroet.”
De bal ligt ook bij volwassenen. “Als volwassenen niet het goede gedrag kunnen laten zien, hoe moeten jongeren het dan leren?” zegt Leonida. “We moeten leren elkaar aan te spreken, op een veilige manier.”
De boodschap aan de stroomversnellers is aan het einde van de avond helder: ga vaker het gesprek aan met jongeren, want voor veel problemen hebben zij verrassend goede oplossingen. De Droominee krijgt het laatste woord, met de vraag die de hele avond boven de zaal hangt: “Wat ga jij eraan doen? Oehoe!”
Tekst: Sylvana Robbers
Foto: Oscar Langerak